Koffie & Thee

Proef het ontstaan van Douwe Egberts en Pickwick

Welkom op de bakermat van Douwe Egberts!

Beroemd middelpunt van Museum Joure is de eerste fabriek van wereldconcern Douwe Egberts en winkel De Witte Os. Ontdek alles over het maken van koffie en thee, de wereldmerken Douwe Egberts en Pickwick en ga zelf aan de slag! Herkenbaar voor bijna iedere Nederlander: de collectie Douwe Egberts- geschenken. Geniet!

Je hebt het vast wel eens zien staan op het rode pak Douwe Egberts-koffie: Joure 1753, op pakjes Pickwick-thee staat hetzelfde jaartal. Het verwijst naar de bakermat van de beroemde koffie- en theemaker, hier, middenin Joure.

Het winkeltje, het woonhuis en de fabriek waar Douwe Egberts Koffie en Thee ooit begon, maken nu deel uit van Museum Joure. In onze fraaie, historische panden ervaar je hoe koffie en thee gemaakt werden en worden. En natuurlijk kom je alles te weten over de geschiedenis van dit ‘Jouster’ bedrijf dat nu een wereldconcern is.

Sipke, onze melangeur en masterblender

Sipke de Schiffaert heeft jarenlang als melangeur en inkoper bij Douwe Egberts gewerkt. Hij proefde duizenden koffies, van over de hele wereld. “Tijdens mijn sollicitatie bij Douwe Egberts bleek ik een unieke smaakgave te hebben. Ik moest 18 verschillende smaken proeven en raden wat het was. Dat ging me erg goed af.”

 

Nu Sipke met pensioen is, brandt hij wekelijks de koffiebonen voor museumwinkel De Witte Os. Dit gebeurt in de authentieke museumbranderij. De geur van koffie verspreidt zich dan over de kade, soms tot de Midstraat aan toe. In de zomermaanden en tijdens evenementen demonstreert de koffiebrander zijn vakmanschap aan het publiek. Sipke’s koffie voor thuis? Koop het in De Witte Os.

Douwe Egberts melangeur Sipke

Zelf aan de slag

Versgemalen koffie, dat ruikt heerlijk! In het museum kun je zelf koffie malen, met zo’n ouderwetse Zassenach wandmolen. Neem de koffie mee naar huis, voor een lekker bakje zelfgemalen koffie. Ben je een theeliefhebber? Maak dan je eigen theezakje volgens de regels van het officiële theezakje of creatief op je eigen manier. Je kunt uit verschillende soorten thee kiezen of zelf een smaak melangeren.

“Douwe Egberts – een prachtige geschiedenis. In de zomer zijn er allerlei bijzondere activiteiten. Joure zelf is ook leuk om te bezoeken!”

Dini, via Google Reviews

Kom zelf proeven, ruiken en bekijken

Er staat een lekker kopje koffie of thee voor je klaar in het sfeervolle Museumcafé, gratis!

Het maken van koffie

Een voorproefje op het museum

Van koffieboon tot aromatisch kopje koffie

Uiteraard laten we in Museum Joure zien hoe koffie gemaakt wordt. Van de koffieboon natuurlijk! Koffiebonen groeien aan de koffieplant. Van oorsprong komt de koffieplant uit de regio Jemen, Ethiopië en Soedan, maar inmiddels wordt de plant in bijna alle landen rond de evenaar geteeld.  

Wist je dat koffiebonen eigenlijk pitten zijn?

Aan de koffiestruiken groeien mooie rode bessen, die ieder twee pitjes bevatten. Deze noemen we koffiebonen. Vooral de Arabica- en Robusta-koffieplant wordt veel geteeld. Na het plukken worden de bessen machinaal van het vruchtvlees en de schil ontdaan en daarna gedroogd. De meeste ‘bonen’ gaan dan op transport naar een koffiefabriek, zoals Douwe Egberts.

Elke lading wordt geproefd

Bij Douwe Egberts wordt iedere lading koffiebonen gecontroleerd en geproefd. Dat gebeurt in de monsterkamer. Kleine hoeveelheden van elke lading – monsters – worden in een kleine koffiebrander geroosterd en door een select gezelschap van ervaren koffieproevers geproefd, de melangeurs.  

Melangeren voor de echte Douwe Egberts-smaak

Elke lading koffiebonen heeft zijn eigen aroma en smaak, afhankelijk van het land van herkomst, de grondsoort, het klimaat waar de koffie verbouwd wordt en natuurlijk de koffiesoort. De melangeurs bepalen vervolgens welke ladingen koffiebonen met elkaar gemengd moeten worden. Ze houden daarbij streng in de gaten dat de koffie altijd en overal dezelfde Douwe Egberts-smaak krijgt. De koffiebonen worden vervolgens in grote branders geroosterd, gemengd, eventueel gemalen en verpakt. Op naar de winkels!

Het maken van thee

Een voorproefje op het museum

Van theeblaadjes tot geurig kopje thee

Echte thee wordt altijd gemaakt van de bladeren van de theestruik. Deze plant kan wel zo’n 5 meter hoog worden en komt van oorsprong uit China, maar groeit nu in allerlei landen met een tropisch of subtropisch klimaat. De meeste theeplantages liggen op een helling, liefst op een hoogte van zo’n 1200 – 1800 meter boven zeeniveau. Bij het oogsten worden alleen de bovenste 2 of 3 blaadjes van elke scheut geplukt.

Wist je dat zuurstof bepalend is voor de smaak van thee?

Na het plukken worden de bladeren bewerkt. De smaak van de thee is voor een groot gedeelte afhankelijk van de bewerking, elke methode leidt tot een andere smaak. Belangrijk daarbij is de mate waarin er oxidatie plaatsvindt, het proces waarbij de sappen in de theebladeren in aanraking komen met zuurstof en daarop reageren. Als gevolg van de oxidatie verandert de smaak van de theebladeren en de kleur. Zwarte thee is volledig geoxideerd, bij groene en witte thee is er geen oxidatie. Uiteindelijk worden de theebladeren gedroogd en klaargemaakt voor transport.

Pickwick heette eerst Douwe Egberts Thee

Bij de fabrikant worden meestal verschillende ladingen thee gemengd. De melangeurs streven daarbij steeds naar een constante kwaliteit en smaak. Dat gebeurt ook bij de theefabriek van Douwe Egberts in Joure, die al sinds 1953 thee op de markt brengt onder de beroemde merknaam Pickwick. Daarover later meer.

Pronkstuk: de theezakjesmachine

De Constanta theezakjesmachine van Douwe Egberts is voor techneuten het mooiste object van de collectie. De machine uit 1953 is een wonder van vernuft. Het vouwt het theezakje en bevestigt daaraan het touwtje met het labeltje. Aanvankelijk stond er bij iedere machine een operator en een inpakster, die de zakjes in een doosje deed. Later werd het inpakken geautomatiseerd. Bijzonder is dat de hedendaagse theezakjesmachines nog sprekend lijken op de versie van 1953. Maar ze draaien wel veel sneller. De theezakjesmachine wordt regelmatig gedemonstreerd. Houdt onze Facebookpagina in de gaten, daarop publiceren we de demonstratiemomenten.

Koffie- en theecultuur

Een voorproefje op het museum

Koffie en thee was vooral iets voor rijken

Tegenwoordig drinken bijna alle mensen koffie of thee. Maar dat is niet altijd zo geweest. Toen de VOC in de 17e eeuw begon met het importeren, was koffie en thee schaars en duur. Alleen de rijken konden zich deze dranken veroorloven.

De eerste koffiehuizen

Met de introductie van koffie ontstaan rond 1670 de eerste koffiehuizen in Nederland. Eerst zijn het nog onopvallende locaties, maar begin 18e eeuw worden de koffiehuizen populair. Het is een ideale plek om als mannen onder elkaar over handel, politiek, wetenschap en kunst te praten. De koffiehuizen worden deftiger en verkopen naast koffie ook vaak chocola, tabak, ijs en sorbets. En natuurlijk sterke drank. Aan de bloeitijd van de koffiehuizen komt rond 1730 een einde. Koffie drinkt men meer thuis. De groene koffiebonen worden op de kachel geroosterd, daarna handmatig gemalen en uit fraaie koffiekannen geschonken in mooie serviezen. Museum Joure heeft prachtige koffiekannen en -serviezen.

Koffiebranden, een precies klusje

Het roosteren van groene koffiebonen is een precies klusje. De bonen zijn snel aangebrand en dan smaakt de koffie niet lekker meer. In alle steden en grote dorpen ontstonden bedrijfjes die zich toelegden op het branden van koffie, vaak in combinatie met een kruidenierszaak of grossierderij. Ook Douwe Egberts combineerde het branden van koffie met de verkoop van andere producten, zoals thee, tabak en sterke drank. In de loop van de 20e eeuw zijn veel van deze kleine koffieproducten gestopt of gefuseerd.

Malen maar!

Tot ver in de 20e eeuw was het gebruikelijk dat de gebrande koffiebonen thuis gemalen werden. In een wand- of schootmolen en later zelfs heel modern in een elektrische koffiemolen! Een prima oplossing, maar wel wat omslachtig.

Snel (vacuüm) verpakken óf opdrinken natuurlijk

Na het malen verliest koffie snel zijn smaak en geur. In de loop van de 20e eeuw werd het vacuüm verpakken van koffie geïntroduceerd. Daardoor is gemalen koffie veel langer houdbaar. Een gemaksproduct waar veel mensen dankbaar gebruik van maken. Tegenwoordig zijn ook automatische bonenmachines populair, die voor ieder kopje koffie de bonen vers malen. 

Thee in Nederland

Thee was al sinds de introductie een drankje dat vooral binnenshuis werd gedronken. Welgestelde dames kochten prachtige serviezen en fraaie theekistjes en genoten samen met hun vriendinnen van heerlijke thee. Sommigen lieten zelfs mooie theekoepels in de tuin van hun woonhuis of buitenplaats bouwen. Een prachtige plek om op zomerse dagen onder het genot van een kopje thee de voorbijgaande schepen gade te slaan.

Douwe Egberts

Een voorproefje op het museum

Douwe Egberts; van Jouster familiebedrijf tot wereldconcern

De stichter van het bekendste koffiemerk van Nederland heet niet Douwe Egberts, maar Egbert Douwes. Bijzonder is dat de woning van Egbert Douwes in Idskenhuizen in 1980 is afgebroken en steen voor steen weer opgebouwd is bij Museum Joure, waar je dit woninkje nog steeds kan bewonderen.

Stichter was niet Douwe Egberts, maar Egbert Douwes

Egbert Douwes begon zijn carrière in de zeevaart. Hij voer aan boord van een kofschip vanaf de Kolk in Joure de grote wateren op, vooral richting Scandinavië. Hier verdiende hij goed geld mee. In 1750 ontmoette hij Akke Thijssen, die later zijn vrouw werd. Samen startten ze in 1753 een winkeltje in koffie, thee, tabak en andere ‘koloniale waren’ aan de Midstraat in Joure. Het begin van het bedrijf Douwe Egberts. 

Zoon en naamgever Douwe Egberts

In 1755 kreeg Egbert Douwes een zoon, Douwe Egberts. De jongen werd eerst schrijnwerker, de ouderwetse benaming voor een meubel- en kastenmaker. In 1780 draaide de verkoop van koloniale waren zo goed, dat Douwe Egberts opgenomen werd in de zaak van zijn vader. Douwe Egberts was niet alleen kruidenier, maar ook ‘grossier’. Hij verkocht koloniale waren aan kruideniers in Zuid-Friesland, de kop van Overijssel en in Drenthe.

Om je een indruk te geven; tussen 23 mei 1783 en 27 augustus 1784 werd in totaal ruim 17.500 pond koffie verkocht, bijna 1500 pond thee en ruim 250 pond tabak en snuif(tabak). En dan ook nog ruim 6.000 pond kandij, bijna 2.000 pond suiker en ruim 7.000 pond stroop.

Lysbeth Mintjes, ‘Weduwe Douwe Egberts’

Douwe Egberts trouwde tweemaal. In 1806 overleed hij onverwachts op de leeftijd van 51 jaar. Zijn tweede vrouw, Lysbeth Mintjes, zette de zaak onder de naam ‘Weduwe Douwe Egberts’ voort. Toen in 1811 Lodewijk Napoleon iedere inwoner van Nederland verplichtte om een achternaam te voeren, nam de familie de achternaam ‘De Jong’ aan. 

Midstraat Joure

Hessel Douwes de Jong

Na het overlijden van Lysbeth Mintjes in 1833 werd de grossierderij voortgezet door vier zonen van Douwe Egberts. Zij richtten in 1834 de Firma Weduwe Douwe Egberts op, die zich vooral toelegde op de handel in koffie, thee en tabak. Na het overlijden van twee broers werd de compagnie beëindigd. Hessel Douwes kreeg de firmanaam mee en voegde er ‘zoon’ aan toe. Zo werd de naam van de firma ‘Weduwe Douwe Egbertszoon.’ Die naam klinkt veel oudere mensen nog bekend in de oren. Het bedrijf gebruikte de naam tot ver in de vorige eeuw.

Het bedrijf werd voortgezet in het pand aan de Midstraat 99, dat Hessel Douwes de Jong in 1831 had aangekocht. Dat pand maakt nu onderdeel uit van Museum Joure.

Johannes Hessel de Jong, koper van ‘De Witte Os’

De zaken van Douwe Egberts gingen goed. Toen Johannes Hessel de Jong (de zoon van Hessel Douwes) in 1871 de kans kreeg om het winkelpand naast het woonhuis te kopen, greep hij deze kans. Het winkeltje kreeg de naam ‘De Witte Os’, verwijzend naar de (ton)slagerij die Egbert Douwes en Akke Thijsses een tijdlang hebben gerund.

In 1881 werd Joure getroffen door een grote brand. Daarbij werd het woonhuis aan de Midstraat 99 compleet verwoest. Van het winkelpand ‘De Witte Os’ bleef de voorgevel behouden. Na de brand besloot Johannes Hessel de Jong de verloren gebouwen zo snel mogelijk te herbouwen. Het resultaat daarvan is in Museum Joure te zien, beide panden maken nog steeds deel uit van het museum. Het winkeltje dient nog steeds voor de verkoop van koffie, thee en andere waren. In het woonhuis zijn nu delen als stijlkamer ingericht en is het museumcafé te vinden.

C.J. de Jong, ‘tweede stichter’ van Douwe Egberts

Nadat Cornelis Johannes de Jong in 1889 de teugels in handen nam, groeide het bedrijf onder zijn bezielende ondernemingskracht. In 1898 bouwde hij een pakhuis in zijn achtertuin voor het mêleren van koffie en tabak. Ook dat pakhuis is nog intact en te vinden op het museumterrein. Hier kun je nu een expositie vinden over koffie en thee.

Omstreeks 1900 waren alle handelsactiviteiten van Douwe Egberts nog geconcentreerd aan de Midstraat. In de jaren daarna breidde ‘C.J.’ het bedrijf razendsnel uit. Hij breidde het aantal afnemers uit door meerdere reizigers aan te stellen, die verder het land introkken. Douwe Egberts kreeg een steeds grotere naamsbekendheid. De verpakkingen van de producten werd steeds beter, evenals de houdbaarheid.

In 1912 verhuisde Cornelis Johannes de koffiebranderij en tabakskerverij naar een locatie net buiten Joure, aan de Zijlroede, waar hij een voormalige olieslagerij en boterfabriek had aangekocht. In 1919 werd een vestiging in Utrecht gesticht, vanwege de centrale ligging ideaal voor de distributie van koffie, thee en tabak. Al snel groeide het bedrijf daar uit z’n jasje en verhuisde het in 1929 naar de huidige locatie aan de Keulsekade.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Nederland te klein voor Douwe Egberts. In 1948 breidde het bedrijf uit naar België en daarna naar andere landen. De grote expansie vroeg ook om een ander soort organisatie. De Firma Weduwe Douwe Egbertszoon werd een N.V., maar blijft vooreerst nog een familiebedrijf. Naast Cornelis Johannes werden ook zijn twee zonen Johannes Hessel en Egbert Douwe directeur van het bedrijf.

Van Douwe Egberts Thee naar Pickwick

Douwe Egberts is niet alleen bekend van haar koffie, maar ook door haar thee. Tot in de jaren ‘30 verkocht het bedrijf thee onder de naam Douwe Egberts. In 1937 kreeg de thee een eigen naam: ‘Pickwick.’ Er werd gezocht naar een Engelse naam, omdat thee nog erg ‘Engels’ was. Ook werd er een Engelse postkoets afgebeeld op de houten Pickwick doosjes. De naam is geïnspireerd op de titel van het boek The Pasthumous Papers of the Pickwick Club van Charles Dickens. De vrouw van de toenmalige directeur J.H. de Jong stelde deze naam voor na het lezen van het boek. Het beeldmerk van Pickwick heeft door de jaren heen veel veranderingen ondergaan, maar de naam is onveranderd gebleven.

De aandelen verkocht

In 1978 verkocht de familie De Jong, na zeven generaties, haar aandelen aan het Amerikaanse bedrijf Consolidated Foods Corporation, het latere Sara Lee. In 2011 werd besloten de internationale koffie- en theeactiviteiten af te splitsen van Sara Lee. In juni 2012 werd het bedrijf weer even Nederlands en kreeg het de naam D.E MASTER BLENDERS 1753, een naam die verwijst naar het verleden én naar de toekomst. De merknamen Douwe Egberts koffie en Pickwick thee blijven. Na de beursgang is het bedrijf in 2013 overgenomen door het Duitse Joh. A. Benkiser (JAB) en gaat het weer van de beurs. De naam wordt dan Jacobs Douwe Egberts.

De Witte Os & Pand 99

Anno nu

Kom zelf proeven, ruiken en bekijken

Er staat een heerlijk kopje Douwe Egberts-koffie of Pickwick-thee voor je klaar, gratis! Een lekker stukje gebak erbij? Ook dat kan. Geniet ervan in ons sfeervolle Museumcafé of – bij mooi weer – in de museumtuin. Tot ziens bij Museum Joure!

“Heel leuk, veel extra’s zoals koffie en thee. Zelf een boekenlegger maken en een pakje Pickwick thee cadeau, super.”
Dinie, via Google Reviews