Collectie

Klik hier om in het fotoalbum een greep uit de collectie te bekijken.

 


Voorwerp van de maand

 

Trembleuse


Dit type kop en schotel heet: trembleuse

Het is een porseleinen kop en schotel met twee handvaten en een soort houdertje voor het kopje op de schotel. Het is bestemd voor mensen die bibberen. De Franse naam is afgeleid van het werkwoord ‘trembler’, wat beven, sidderen of trillen betekent. Er zijn er heel wat gemaakt. Blijkbaar zijn er in de loop van de tijd toch heel wat gesneuveld, want ze zijn nu vrij zeldzaam.


De schotel heeft een brede flauw gebogen rand. Op de plaats van het kopje is een ajour (opengewerkt) korfje, waarin het kopje past. Het kopje loopt iets uit naar de bovenzijde en heeft twee accoladevormige oren. Kop en schotel zijn in hoofdzaak geel geglazuurd met gouden biezen. Verder zijn op de schotel lila bloemdecoraties aangebracht. Op het kopje is een decoratie met zeegezicht afgebeeld. Onderop staat het monogram A R = Augustus Rex. Het is waarschijnlijk Meissen porselein uit Duitsland, 19e eeuw.


reg. nr. V2346

Trembleuse

 

 

 

 

 

 

 

 

 





Eerdere voorwerpen van de maand

 

LepeldoosLepeldoos


Lepeldoos van schildpad met twaalf zilveren lepels.
Het zilveren hengsel is volgens het kantoorteken en de jaarletter D van 1838, te Amsterdam gekeurd. Het werd, volgens het meesterteken, vervaardigd bij de firma Bennewitz en Zonen. Hun bedrijfspand (winkel en atelier) was gevestigd in het hoekhuis Herengracht/Reguliersplein. Waarschijnlijk is in dat jaar ook de lepeldoos gemaakt.


De twaalf lepeltjes kregen in ’s Gravenhage het kantoorteken en de jaarletter D (een gotisch type) van 1888. Uit het meesterteken is op te maken dat ze vervaardigd werden bij de firma J.M. van Kempen & Zonen te Voorschoten.


Zowel het hengsel als de lepeltjes hebben een liggend leeuwtje als merkteken gekregen, dat betekent 2e gehalte zilver.


reg. nr. V2973

 

 

Zilveren loddereindoosje, gemaakt door de Jouster zilversmid Christiaan Jacob Brunings


Brunings maakte dit loddereindoosje in 1860. Dat is te zien aan de letter a die op het doosje werd gegraveerd.
Lodderein is een verbastering van l’ eau de la reine, water van de koningin. Het was reukwater of eau de cologne. Dat werd samen met een sponsje of lapje in het lodereindoosje gedaan. Zo kon men destijds de niet altijd even aangename geuren in de omgeving even verdrijven. Er werd zelfs wel gedacht dat ziektes met het reukwater op afstand bleven. Aan het einde van de negentiende eeuw waren de hygiënische omstandigheden beter en raakten de doosjes in onbruik. Verzamelaars hebben er nu veel geld voor over.


Het doosje heeft horizontale ornamentbanden, geometrische versieringen en een verticale arcering. Op de voorkant prijkt een groot sierornament. Het deksel is met drijf- en graveerwerk versierd.

LoddereindoosjeAan de onderkant van het doosje staan:

- het meesterteken van zilversmid Brunings: B77

- het keurmerk: een lopend leeuwtje met een 2, dat betekent 835 duizendsten, 2e gehalte zilver

- een stippelgravure ‘E E J 1861’

- een stippelgravure F.L.

- een stippelgravure 1869

- letter F met een Minervakop = kantoorteken Leeuwarden

Als baby verhuisde Christiaan Jacob (1816-1902) met zijn ouders van Sneek naar Joure. Vader Ype was edelsmid. Na het behalen van zijn meesterteken volgde Christiaan hem in 1849 op als zilversmid en handelaar in zilveren werken. Zijn vrouw Simkje B. Knaap legde in 1873 de eerste steen voor een winkel/werkplaats aan de Midstraat. Dat was op de plek waar nu de Etos is gevestigd op nr. 111. Aan de linkerkant van het pand, helemaal onderaan, is de gevelsteen nog te zien (achter het houten hek).

 

 

Gevelsteen: T'Sernaemsekoffivat


In de gevel van het Pand Sint Nicolaasstraat 28 te Amsterdam zat van 1725 tot 1974 deze gevelsteen (foto midden uit 1924): een liggend vat waar koffiebonen uitrollen. Destijds werden gevelstenen aan de huizen geplaatst om het beroep van de bewoner aan te geven. Maar er waren tot 1796 ook nog geen huisnummers, dus het was ook nodig om de bewoner te vinden.
In 1974 verbrandde het pand in Amsterdam en de gevelsteen werd te koop aangeboden. Douwe Egberts kocht de steen en hij kwam uiteindelijk in Museum Joure terecht (foto linksonder).
Voor de restauratie van het pand liet Douwe Egberts een nieuwe gevelsteen maken (foto rechtsonder).

 

Sernaems vat in het museumSernaems vat in 1924

Sernaems vat nieuw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Frans porseleinen suikerpot

Frans porseleinen suikerpot


Deze suikerpot hoort bij een Frans porseleinen theeservies uit ca. 1840. Hij is beschilderd met een tafereel uit een legende over de theeoogst: Een chinees werpt stenen naar aapjes die, kwaad geworden, theebladeren teruggooien. Een andere versie van dit verhaal vertelt over getrainde aapjes , die de thee voor boeddhistische monniken op moeilijk bereikbare plaatsen zouden oogsten.
Op de bovenrand van de suikerpot staat : Singuliere récolte d'un thé très estimé (Bijzondere oogst van een zeer gewaardeerde thee)
Het hele servies bestaat uit een theepot, melkkan, suikerpot, waterkom en acht kop en schotels. Het is op een lichtgele ondergrond gedecoreerd met voorstellingen van de theeplantage en de theeplant met de bloesem.


reg.nr. V2533

 

 

Schilderij van Roessler


Schilderij man met een doosje waarin snuiftabak is opgeborgen


De Duitse Kunstschilder Georg Rössler (Roessler) leefde van 1861 tot 1925. Hij heeft les gehad van Johann von Schraudolph aan de academie van München en werd bekend om zijn humoristische genreschilderijen.
Op dit schilderijtje is een man met snuiftabak afgebeeld.
Een van de oudste wijzen waarop tabak genoten werd is snuiven. In de 18e eeuw kwam het gebruik van snuiftabak vooral in Frankrijk in de mode, waarna andere landen volgden.
Later werd deze vorm van tabaksgenot grotendeels verdrongen door pijp, sigaar en later door de sigaret, maar in de eerste dertig jaar van de 20e eeuw waren er toch nog heel wat mannen, vooral in het onderwijs , op kantoren en in kloosters, die geregeld van hun snuifje genoten.


reg.nr. 2008-40

 

 

Schilderij van Jan Sluijters


Museum Joure is erg blij met het prachtige schilderij van Jan Sluijters.
Cornelis Johannes, tweede stichter van Douwe Egberts, heeft zich door hem laten schilderen, toen hij ongeveer zestig jaar was. Tot voor kort hing het in het kantoor van de Holding van Sara Lee in Utrecht. Sara Lee schonk 23 november 2007 het schilderij aan Museum Joure. 
Het hangt nu in de Salon van Pand 99, het voormalig bedrijfswoonpand van Cornelis Johannes de Jong.

 

 

 

 

 

luie bakerDe ‘veilleuse’ oftewel ‘luie baker’


De naam ‘veilleuse’ is afgeleid van het Franse woord ‘veiller’ en dat betekent ‘waken’. In Nederland werd dit voorwerp ‘een luie baker’ genoemd. De baker waakte ’s nachts over moeder en kind. Om niet in slaap te rollen zette ze een potje met drinken op een theelichtje naast zich. Het theelichtje diende ook om de pap voor moeder en kind warm te houden. Zo hoefde de (luie) baker niet steeds naar beneden om in de keuken bij het haardvuur eten of drinken op te warmen.
Een baker was vroeger een soort kraamverzorgster, die zorgde voor de kraamvrouw en de baby. Het kindje werd vroeger ingebakerd, strak in doeken gewikkeld, met de armpjes tegen het lijfje. Zo kon de baby niet scheefgroeien en voelde zich veilig.
Vanaf 1800 tot laat in de 19e eeuw was de ‘luie baker’ in gebruik. Ze zijn in vele soorten gemaakt en nu een gewild verzamelobject.

reg.nr. v1869

 

 

 

De Friese omroep GPTV heeft ook een bezoek gebracht aan het museum. De filmpjes met uitleg over enkele voorwerpen uit het depot staan inmiddels online.

GPTV: Het Depot: Museum Joure: Luie Baker

GPTV: Het Depot: Museum Joure: Theekopje

GPTV: Het Depot: Museum Joure: Cliche